Tijs Leendertsz Pals is afstammeling van een invloedrijke boer en schepen van Oost-Terschelling, maar wordt onder zeer armoedige omstandigheden op het eiland geboren. Al jong verliest hij zijn vader en ook zijn oudste broer blijft in 1825 op zee, door schipbreuk op een walvisvaarder. Het lot bepaalt dat Tijs zijn moeder onder uiterst moeizame omstandigheden moet helpen om de rest van het arme gezin te verzorgen.
In 1830 wordt de jonge eilander plotseling opgeroepen voor het mobiele leger van Koning Willem I die de opstand in België wil beteugelen. Na onverwachtse terugkomst op Terschelling volgt voor Tijs een leven met veel tegenslagen. De inkomsten uit de strandvonderij zijn een bittere noodzaak. Het is voor zijn zoon Jan Tijssen een reden om dichter bij het strand te willen wonen. Door volharding en een beetje geluk kan een lang gekoesterde familiewens in vervulling gaan.
Op de kale vlakte ‘om ’t Noord’ vormt zich een kleine gemeenschap van boeren en jutters die ook actief zijn in het reddingswezen. Jan Tijssen is 28 jaar lang schipper van de roeireddingsboot van Midsland. Hij en zijn roeiers, waaronder drie van zijn zoons, voeren met wisselend succes diverse moeizame reddingsacties uit. De onderlinge verhoudingen tussen de vele betrokken partijen bij het gevaarlijke reddingswerk leiden bovendien vaak tot intriges en hoogoplopende conflicten. Kan de stoere en eigenwijze jutter zich in dit krachtenveld staande houden?
In het rauwe leven, waar geluk en verdriet dicht naast elkaar liggen, deed men alles samen. Typische Terschellinger feesten en rituelen waren een tijdelijke ontsnapping aan de werkelijkheid. Pas in de jaren ’20 gloort er weer licht aan de horizon, wanneer de eerste ‘vreemdelingen’ het eiland bezoeken. Een nieuwe wereld openbaart zich. Lukt het de familie om aan de armoede te ontsnappen?
‘Eiland van Hoop’ werd bekroond met de cultuurhistorische‘Lutineprijs’.